Cataract
Elke vertroebeling van de lens wordt grauwe of grijze staar of cataract genoemd. Deze afwijking wordt bij de mens en bij een groot aantal diersoorten gezien. Als een klein deel van de lens door cataract troebel is geworden, kan het gezichtsvermogen nog redelijk goed zijn. Helaas breiden bijna alle vormen van cataract zich langzaam of snel uit totdat de lens geheel ondoorzichtig is geworden. De pupil is dan geheel grijs wit (afbeelding 4). 

Meestal treedt cataract op den duur aan beide ogen op. 
Ook een normale lens kent
oog2
Afbeelding 4. Cataract (grijze of grauwe staar). De pupil is geheel ondoorzichtig wit grijs, doordat de achter de pupilopening liggende ooglens troebel is.


een verouderingsproces, waarbij bij de hond vanaf een leeftijd van circa zes jaar een verdichting van de lenskern optreedt. Deze veroorzaakt echter een te verwaarlozen verslechtering van het gezichtsvermogen, in tegenstelling tot bij "echte" grauwe staar. 

Stofwisselingsstoornissen, zoals suikerziekte, sommige vergiften, straling en een tekort aan bepaalde voedingsbestanddelen (aminozuren, vitaminen) kunnen cataract veroorzaken. Ook kan een ernstige, diepe beschadiging, zoals het binnendringen van een vreemd voorwerp (kattennagel, doorntje) in de oogbol, een lenstroebeling doen ontstaan. Bij de hond komt de erfelijke vorm van cataract echter verreweg het meeste voor. We zien hierbij meerdere vormen: Een vorm die aangeboren of op zeer jeugdige leeftijd optreedt, een vorm die bij wat oudere honden, van ongeveer twee tot zeven jaar oud, voorkomt, en zogenaamde "ouderdomsstaar". Cataract is niet effectief met medicijnen te remmen of te genezen. Wel is een operatieve behandeling mogelijk, waarbij de troebele lensinhoud wordt verwijderd. De gezichtsscherpte kan door het inbrengen van een kunstlensje meestal goed worden hersteld. Deze operatie is niet onder alle omstandigheden mogelijk of zinvol.

Erfelijkheid
Over de wijze van overerven lijkt bij sommige rassen (bijvoorbeeld dwerg- en middenslag poedel) enige duidelijkheid te bestaan. Bij de Jack Russell Terriër is hierover nog te weinig bekend om tot harde conclusies te komen. Net als bij andere rassen zal cataract ook bij de Jack Russell waarschijnlijk een recessief of een incompleet dominant patroon van overerven vertonen.