Een verklaring van opmerkingen die u in het keurverslag van uw hond kunt tegenkomen. Hierbij wordt uitgegaan van de volgorde zoals u waarschijnlijk in uw keurverslag zult tegenkomen.

Type: het beeld dat men van de hond krijgt, als men de "algemene verschijning" voor ogen heeft.
Hoogte
: schofthoogte, gemeten van de schoft tot aan de grond.
Hoogte/lengte verhouding: verhouding tussen schofthoogte en lichaamslengte.
Stop: overgang tussen schedel en voorsnuit.
Hoofdverhouding: schedellengte in verhouding tot de voorsnuit.
Expressie: uitdrukking van het hoofd.
Oordracht: manier waarop de oren gedragen worden (correct is: oren naar voren gevouwen, tegen het hoofd aan gedragen)
Schaargebit
: snijtanden in de bovenkaak vallen bij gesloten mond juist over die van de onderkaak.
Premolaren: (valse) kiezen, die juist achter de hoektanden liggen, soms ontbreken er een paar, wat niet wenselijk is.
Tanggebit: boven en ondersnijtanden vallen bij gesloten mond precies op elkaar.
Bovenvoorbijter: bovensnijtanden vallen bij gesloten mond ver voor de ondersnijtanden.
Ondervoorbijter: bovensnijtanden vallen bij gesloten mond ver achter de ondersnijtanden.
Bone: Engels voor goed beenwerk en skelet.
Steil front: te weinig hoeking tussen de diverse botten van de voorhand.
Voorhand
: schouder, opperarm, onderarm en voet.
Schouderligging: het schouderblad moet schuin geplaatst zijn ( hoek van ongeveer 60 graden met de grond) en van voldoende lengte.
Frans staan: voorvoeten draaien naar buiten.
Zwakke voet
: de voet is in stand doorgezakt of de tenen sluiten niet tegen elkaar aan.
Span: de borstomvang, gemeten achter de schouderbladen. (gemeten door omvatten met de handen, wat bij de gemiddelde mannenhand gemakkelijk moet lukken).
Lendenen
: moeten gespierd zijn en licht gewelfd.
Ruig: de top van het schouderblad.
Topline
: rugbelijning in profiel gezien. ( moet horizontaal en recht zijn, niet oplopend naar achter toe).
Kniehoeking
: hoeking tussen botten van dijbeen en onderbeen.
Aflopende croupe: teveel hellend bekken.
Lage staartaanzet: de staartinplant beneden de ruglijn.
Te vrolijk gedragen staart: staart buigt over de rug heen.
Koehakkig: de sprongen zijn naar binnen gedraaid.
Nauw gaan: hond plaatst de benen te dicht naast elkaar bij het lopen.
Uitgrijpend gangwerk: de hond loopt met ruime passen.
Sikkelhakkig: de hond strekt het spronggewricht niet als hij loopt.
Steppen: te hoog opgooien van de voorbenen.
Open vacht: haren liggen niet genoeg tegen elkaar.
Teveel platen of kleur: teveel gekleurde ( niet witte) delen van de vacht.
Ticking: kleine (gekleurde) stipjes in de (onder) vacht.

kvhond